Maurice wil zijn replica van Lange Jan best bouwen, als Heerlen dat nog wil.

Maurice Oostwegel heeft bijna tweehonderd mini-Lange Jannen gemaakt, die waren bedoeld om uit te delen bij de feestelijke onthulling van het grote monument.
Bas Quaedvlieg
Benti Banach
Bijna heel Heerlen leek het plan voor een replica van de Lange Jan te steunen. Maar toen de gemeenteraad erover ging stemmen, zag een meerderheid de plek op de rotonde niet zitten. Maurice Oostwegel trok zich terug. Anderhalf jaar later mist hij nog steeds een volwaardig monument voor de koempels. „Maar ik ga niet twee keer een blauwtje lopen.”
In de serie Het stof daalt komt ook de Heerlense industrieel Maurice Oostwegel aan het woord. Hij laat zijn collectie DAF’jes zien, die na de mijnsluiting door oud-koempels gemaakt gingen worden. Oostwegel neemt de cameraploeg mee naar de achterkant van zijn fabriekshal waar op een schroothoop een origineel stuk ladder van de Lange Jan ligt. Hij is zich bewust van de cultuurhistorische waarde van het zeven meter lange ijzeren gevaarte. Er moet iets mee, maar wat?
In de scène daarvoor ziet en voelt Oostwegel het verdriet bij Ton en José Vankan als ze bij de halve betonnen boog staan die is bedoeld als herinnering aan de Lange Jan. Het gaat hem aan het hart. De volgende dag krijgt hij reacties, vragen, allemaal over de ladder. Oostwegel komt in de actiestand en besluit: er moet eindelijk een echt monument voor de mijnwerkers komen. Iets waar de koempels trots op zijn, waar ze elkaar kunnen ontmoeten en met opgeheven hoofd herinneringen kunnen ophalen.
Hij ontwerpt een replica van de Lange Jan met schaal 1 op 5 met het stuk originele ladder eraan vast. Een bevriende architect maakt een tekening en projecteert hem waar Oostwegel vindt dat hij het best tot zijn recht komt, op de rotonde bij het Belastingkantoor. Daar zie je hem vanuit meerdere hoeken. Dáár en nergens anders, stelt Oostwegel. Het is niet ver van de oorspronkelijke plek van de schoorsteen en vlak bij de boog, waar Ton Vankan en zijn oud-collega’s zo weinig bij voelen.
De reacties op het ontwerp zijn lovend, ook omdat de Heerlense ondernemer aanbiedt het te schenken aan de stad, of beter gezegd, aan de mijnwerkers. Hij berekent de kosten op zo’n kwart miljoen, bevriende ondernemers willen meebetalen aan het project. Het enige waar het nog aan ontbreekt is medewerking van de gemeente.
Oostwegel is van ‘handen uit de mouwen’, het liefst gaat hij gisteren aan de slag. Met enige goede wil kan het monument in augustus al klaar zijn, schetst hij. Een gemeente is echter van vergunningen en vergaderingen. Daar botsen twee werelden op elkaar. En daar gaat het mis.
Meerderheid
Niet meteen. Want als de ondernemer zijn plan presenteert in de vergadering van de commissie ruimtelijke ordening, zijn de reacties bijna unaniem enthousiast. „Soms komt er iets voorbij waar je niet lang over hoeft na te denken”, vindt de VVD. Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken, stelt Forum voor Democratie. „Ik kan me niet voorstellen dat iemand hier tegen is, het past in deze tijd”, zegt de OPH bij monde van oppositieleider Theo de Groot.
De toenmalige wethouder Jordy Clemens (SP) tempert het enthousiasme. „Ik hoop dat u begrijpt dat het toevoegen van een kunstwerk goed moet worden beoordeeld, zeker een kunstwerk met deze impact en op deze plek. Het is daarom niet verstandig om hier nu te zeggen dat het er komt, anders hou ik u voor de gek.”
Uiteindelijk is een politieke meerderheid voor het plan maar op een andere plek. Op de rotonde staan al twee beelden van Michel Huisman, Pancratius en Barbara. Weliswaar nauwelijks zichtbaar, maar ze maken deel uit van het Gesammtkunstwerk Maankwartier. Een betere plek zou het Oranje Nassaupark zijn. Dat is onbespreekbaar voor Oostwegel. Einde verhaal. „Als de gemeente akkoord was gegaan, hadden we er nu met trots omheen gestaan”, zegt hij anderhalf jaar later. Hij heeft de replica inmiddels losgelaten. Maar toch niet helemaal. Nog steeds wordt hij gevraagd naar zijn plan en de ladder, die nog in zijn bedrijf ligt. Hij snapt de interesse, „de Lange Jan was het belangrijkste stuk erfgoed van de mijnen dat verloren is gegaan.”
Is er een kans dat het alsnog wordt gebouwd? „Ik ga niet twee keer een blauwtje lopen. Het boek moet worden geopend waar het vorig jaar is gesloten, bij de gemeente. Als het publiek het écht wil en de gemeente ook, dan ben ik ook bereid het weer op te pakken en eindelijk iets te doen voor de oud-mijnwerkers. Dan kunnen we voor eeuwig afrekenen met een stuk gemis.” Gemeenteraadslid Rolf Rozestraten van de OPH wordt nog altijd blij van Oostwegels idee. „In ons fractieoverleg bleek iedereen nog steeds enthousiast. En we gaan ervan uit dat onze eigen wethouder Theo de Groot dat ook is. Ik ben ook niet bang dat we er geen politieke meerderheid voor krijgen.” Toch gaat Rozestraten het plan niet op de politieke agenda inbrengen. „Je zit nog steeds met de beelden van Michel Huisman op de rotonde. Hij zou ook moeten bewegen. En ik hoor van Maurice Oostwegel dat hij er ook helemaal geen tijd voor heeft.” Oostwegel bevestigt: nu even niet, maar als het publiek en de gemeente het écht willen dan wel.
Mini-Lange Jan
Het afgelopen jaar heeft hij een kleine tweehonderd mini-Lange Jannen geproduceerd, 20 centimeter hoog, made in Heerlen, oorspronkelijk bedoeld om uit te delen aan koempels als de grote replica feestelijk zou worden onthuld – inclusief een parade van zijn collectie DAF’jes. „Ik weet nu niet goed wat ik ermee moet. Ik hoef er helemaal niets aan te verdienen. Het liefst had ik dat de burgemeester de kofferbak ermee vol laadt en overal waar hij op bezoek komt, ze uitdeelt. Of cadeau doet aan oud-mijnwerkers.” Hij wacht op een lumineus idee. Maar veel liever wil de industrieel dat zijn eerdere plan alsnog wordt uitgevoerd. „Het momentum van vorig jaar is voorbij, ik zoek eigenlijk een nieuw momentum.”